Ongemakkelijk.

flicks_review1-1_05.jpg

Ai: ik loop ernstig achter! Niet alleen omdat ik al 8 dagen niet meer gepost heb (sorry, sorry, sorry, druk, druk, druk), maar ook omdat ik gisteren pas de DVD ‘An inconvenient truth‘ gezien heb, de controversiele documentaire over Al Gore en zijn strijd voor onze collectieve bewustwording ten aanzien van de rampzalige gevolgen van de opwarming van de aarde.

(Sorry, meer bijwoorden kon ik in bovenstaande zin niet kwijt.)

Over de inhoud kan ik kort zijn: ik geloof wel dat we te maken hebben met een groot probleem. Ik heb ook niet voor niets gewacht tot het weer ochtend werd en ik in tegenstelling tot mijn natuurlijke ritme pas na zonsopgang ging tikken. Scheelt toch weer een uurtje onnodig brandend licht.

Maar de uitvoering van de documentaire, daar heb ik toch een aantal grote vraagtekens bij. Kan ik normaal gesproken al geen film bekijken zonder mijn dwangmatige beroepsdeformatie uit te schakelen (“mmm, jammer van dat camerastandpunt”, “he, een continuiteitsfout- ze werd van rechts beschoten en wond zit links” of: “let op, nu komt die vriendin opeens weer in beeld, want dat kwam de scenarioschrijver wel goed uit”), bij zo’n Amerikaanse tamtam-productie waar het gevaar van dogma’s levensgroot is, let ik natuurlijk extra scherp op.

Een aantal dingen vond ik wat ‘inconvenient’.

Natuurlijk: het zit razend knap in elkaar. Het haalt nog niet het niveau van Steve Job’s Keynote over de introductie van de nieuwe I-Phone (daar kunnen ze bij de VEA Conceptcursus ‘Presenteren’ nog wat van leren), maar de opbouw is goed. Erg Amerikaans, maar ja: daar is weinig aan te doen. Dat volk houdt nu eenmaal van shots van traag stromende riviertjes, met dramatische muziek en een iets te laat invallende voice-over. Of van zogenaamde eerlijke inkijkjes in het persoonlijke leven van de held – een uit het raam van een landend vliegtuig mijmerend kijkende Al, terwijl we zijn gedachten als een voice-over horen: “Natuurlijk vond ik het erg om de presidentsverkiezingen te verliezen. Maar het heeft me wel de mogelijkheid gegeven om te doen wat ik nu doe”. Of een flashback naar het ongeluk van zijn zoontje (zwart/wit, uiteraard), waarbij we hem weer horen -net nadat de laatste cello tonen in mineur gestopt zijn- “Ik denk dat ik toen inzag waar mijn levenspad lag en wat ik echt belangrijk vond”.

Twee grote punten van irritatie:

1. Zo’n moeilijke productie was het niet. En zo’n groet crew hoef je daar niet voor te hebben. Ik bedoel: twee camera’s, wat licht, wat reiskosten, een beetje catering en geluid. Meer hoeft het niet te zijn. Een goeie producer d’r op, een strakke regisseur erbij en -vooruit dan- een runner erbij voor als de sigaretten op zijn. En dan vooral in ‘de edit’ zorgen dat het helemaal goed komt. Maar dan: de titelrol! Zelden heb ik langer zitten kijken naar de voorbijrollende namen en functie’s. Honderden! Mijn bek viel open. Wat een geldverspilling. En wat een energieverspilling. Letterlijk. Al die overbodige assistent producers en assistenten van assistent producers en assistent-runners en assistenten van van assistent-runners die elke dag in een dikke benzineslurpende Amerikaan naar de set komen rijden, waar natuurlijk 10 generatoren teveel staan te loeien om alle electriciteit op de set te leveren, die allemaal omdat ze geen moer te doen hebben gaan lopen bellen en dan moet dat ook nog gevoed worden 2 x per dag. Wat een gotspe! Want wedden dat bij zo’n Amerikaanse productie de runner erop uitgestuurd wordt in een dikke V8 Pick up, als de rucola op is? Om die vervolgens twee blokken en 4 liter verder al te vinden.

2. Ik begrijp best dat Al de hele wereld over moet om zijn verhaal te verkondigen, en dan kun je natuurlijk niet om het vliegtuig heen. Zelden zoveel shots gezien ook van aankomst- en vertrekhallen, met de licht voorovergebogen Al die met zijn eeuwige trolley en laptop weer in een of ander Niemandsland op punt van vertrekken staat – of net aankomt, natuurlijk. Maar wat me tegen de borst stuit, zijn de zeker 20 scene’s waarin we bij Al in de auto zitten. Da’s namelijk geen Smart of zo, of een zuinig Civic-je. Nee, dat was of een Cadillac of een Lincoln. En dat terwijl Al toch inmiddels ook moet weten dat zelfs heel Hip Hollywood reeds besloten heeft de Hummer in te ruilen voor een hybride Toyota Prius – zelfs Arnold Schwarzenegger geeft het goede voorbeeld. Minpuntje, dus.

Om dat te compenseren en om de wereld (nu ja, die drie of vier trouwe lezers per dag) toch vooral aan te zetten tot nadenken, hieronder als cadeautje nog een erg grappige advertentoe voor de Prius die ik gisteren via Adverbox binnenkreeg.

prius1.jpg

Goed, tot zover het zure en zeurderige toontje. Want ik moet zeggen: Al heeft me wel aan het denken gezet. Erger nog, er was een onderwerp dat me als een mokerslag trof, en wat me sindsdien niet loslaat. Wat me zelfs doet vinden dat ik een enorme eikel ben, die al jaren achterloopt en heel dom bezig is. En dat had niks te maken met het klimaat.

Er komt op een gegeven moment een stuk in voor, waarin Al begint uit te leggen dat we niet alleen ons denken moeten veranderen, maar vooral ook ons gedrag. Ter illustratie haalt hij een Amerikaanse advertentie aan uit de jaren 50 van Camel, waarin rokende Amerikaanse artsen worden opgevoerd die vertellen dat roken helemaal niet slecht voor je is.

Boem.

Tussen de ogen.

Als je het verschil ziet hoe er toen werd geadverteerd en hoe er nu in de US (en gelukkig in Europa ook steeds meer) over roken wordt gedacht, dan mag je wel bij jezelf te raden gaan. Althans: ik dan, als verstokte roker die het liefst morgen stopt.

Nu is Allan Carr sinds kort ook definitief gestopt met roken, maar die heeft me nooit zo weten te beroeren als Al Gore onbedoeld gedaan heeft.

Erg *kuch* ongemakkelijk.

Explore posts in the same categories: Duurzaam, Jeuk, Personal, Reclame

Comment:

You must be logged in to post a comment.